Boekgegevens
Titel: Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1859
3e dr; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200342
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
elke ruit is Vs el lang en S/s el breed. Zoo men nu voor
de □ el glas 2 galden betaalt: voor hoe veel geld aan
glas heeft men dan voor die ramen noodig gehad:
4. Als men voof 1 V^ een' rijksdaalder betaalt;
hoe vael zal men dan voor 7 3/4 el moeten betalen?
5. Voor 5 V-l wordt / 47 1/4 betaald; hoe veel
kost naar dien prijs 2 5/8 'ast?
6. Een slager slagt twee koeijen, die hem ieder 1481/2
gulden kosten. Zamen geven deze koeijen 650 Ned. ffi
vleesch en 112 ffi vet. Het vleesch verkoopt hij tegen
5/8 gulden 't Nederlandschc ® en 't vet tegen 8/4 gulden,
terwijl hij de huiden voor 14 I/2 gulden verkoopt. Hoe veel
verdient de slager aan die twee koeijen, als hij voor pacht
52 3/4 gdlden betaalt?
7. Twee jongens gaan eene weddingschap aan, wie van
hen de meeste knikkers heeft. Nu moest gij eens zeggen,
wie 't wint, als gij weet, dat, als men de knikkers van
KLAis 5/8 maal neemt, het getal daarvan 40 beloopt; —
en als men van die van hein 't 9/16 gedeelte neemt men
36 knikkers bekomt?
8. De vloer eener kamer, die 9'/l ®1 lang en 81/3 el
breed is, wordt belegd met planken, die 3 I/12 el lang
en 1/3 el breed zijn, hoe veel zulke planken zijn daartoe
noodig ? ^
9. Twee menschen moeten eenen weg afleggen van
96 mijl. A. gaat I/3 mijl in 5 minuten, B. 2/3 mijl in
8 minuten, hoe veel minuten zal B, vroeger aan 't einde zijn
dan A?
10. Maar als zij elkander, met dezelfde snelheid gaande,
waren te gemoet geloopen: a. na hoe veel aren zouden
4ij elkander dan ontmoet hebben? b. Hoe veel mijlen zou
ieder dan van den weg hebben afgelegd ?