Boekgegevens
Titel: Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1859
3e dr; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200342
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
15. liii zej; uiij ouL eens welk gedeelte van 't gehecle
kapitaal de dorliter meer gekregen heeft dan de zoon?
16. Van eene boerderij wordt derdehalf vierdepart ver-
kocht legen 250 rijksdaalders 't bunder. Hoe veel is daarvan
de opbrengst, als de boerderij 38 bunders groot is?
17. En hoe veel zou daarop gewonnen zijn, als de vorige
eigenaar 't land gekocht had legen 1 I/4 gulden de kwart
□ roede ?
18. Twee suikerhrooden wegen zamen 25 3/4 ffi. Als 't
eene 3^/lG ® zwaarder is dan 't andere, hoe zwaar is dan
ieder brood ?
19. Maar zoudt gij ook kunnen berekenen, welk gedeelte
het kleine van 't groote uitmaakt?
20. Zes en een half mud tarwe en 4 mud rogge kosten
te zamen ƒ 115. Als nu de rogge 9 1/4 gulden de mud
kost, hoe veel is dan de prijs van eene mud tarwe?
21. Hoe veel wordt daarop gewonnen, als men voor de
tarwe ƒ 841/2 en voor de rogge 't 2/5 gedeelte daarvan
ontvangt ?
22. Van eene erfenis, welke 4 neven met eene oude
meid moeten deelen, krijgt A. I/3 , B. l/l. C. I/5 , D. l/c
gedeelte en de meid de rest. Als nu de meid voor haar
aandeel ƒ 6000 krijgt, hoe groot is dan de geheele erfenis?
23. Vijf bakkers koopen 17 2/3 last tarwe. Een dier bak-
kers moet daarvan 213/15 last hebben, terwijl de overigen
van de rest ieder evenveel moeten hebben; hoe veel mud zal
ieder van de overigen bekomen ?
24. Iemand zeide: over ecu vierendeel jaars ben ik
3/4 X 3/4 eeuw oud; hoe oud is hij nu?
25. Een bakker heeft tarwe gekocht, die hem II I/2 gul-
den de mud kost. Wilt gij eens berekenen op hoeveel
hém 't ® brood komt, als hij voor,ieder mud aan pacht en