Boekgegevens
Titel: Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1859
3e dr; 1e dr.: 1855
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1965
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200342
Onderwerp: Wiskunde: wiskunde: algemeen
Trefwoord: Rekenen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Derde rekenboekje: verzameling van voorstellen, ter toepassing van de leer der gewone breuken
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
5. AU hij die thee aan 12 menschen heeft verkocht,
eu Wel , aan 5 mensclien ieder I ffi en aan de overigen
ook ieder evenveel: hoe vcci heeft ieder der laatsten dan gehad?
6. Van de opbrengst van zeker huis, dat voor ƒ 24000
verkocht is , moeten 3 menschen 't 7/lG gedeelle gelijkelijk
verdoelen; hoe veel zal ieder daarvan ontvangen?
7. Z. heeft op een' zolder liggen 8 last 3 1/4 mad rogge ,
hiervan verkoopt hij aan ecu' bakker 3 last 12 5/8 mnd; hoe
veel blijft er nog liggen ?
8. Van die rest verkoopt hij de helft aƒ8 1/2 en 't ove-
rige a ƒ9 l/l de mud; hoe veel heeft hij daarvoor ontvangen?
9. G. heeft 49 bunders land. Daarvan verkoopt hij eerst
het 2/7 gedeelte , daarna 't 2/5 gedeelte van de rest, terwijl
hij 't overige verkoopt voor ƒ 15750. Nu is de vraag, tegen
hoe veel hij 't bunder van 't laatste gedeelte verkocht heeft?
10. Zoudt gij mij kunnen zeggen, hoe menigmaal ander-
halfmaal anderhalve gulden begrepen is in 4 I/2 vijfde deel
van een' rijksdaalder ? '
11. Hoe veel is de waarde van :
5/8 X 3/4 X 2/3 X 5/B
2 1/3 — 5/8
12. CoRNELis en Pieter krijgen ieder een gedeelle van
zeker getal knikkers; Gorrelis krijgt daarvan 't 5/(2 gedeelte
en Pieter 't 3/3. Als nu Cokhelis 10 knikkers meer heeft
dan Pieter , hoe groot is dan 't getal knikkers ?
13. Een grootvader is 2 l/J X 3/8 gedeelte van cene eeuw
oud , en zijn kleinzoon heeft het vijfde deel van zijn' ouder-
dom bereikt. Hoe veel jaar is de eerste ouder dan de laatste?
14. A. heeft ƒ 24000 j waarvan hij aan zijn' zoon 't
2/5 gedeelte en aan zijne dochter 't 8/4 gedeelte van de rest
geeft, terwijl hij 't overblijvende aan de armen schenkt; hoe
veel kregen deze ?