Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
uitrekenen, tegen hoeveel dan de K.G. gerekend is?
211. Twee menschen gaan elkander te gemoet op een
weg, die 19 myl of kilometer 350 el of meter lang
is. De eene legt elke seconde 0,9 meter af en de
andere 1,25 meter. Als zij op 't zelfde oogenblik
beginnen: na hoeveel uren zullen zij dan elkander
ontmoeten ?
212. En reken nu ook eens uit, hoeveel ieder van
den weg zal afgelegd hebben.
213. Voor 37 K.G. en 5 H.G. thee heeft iemand
181,25 gl. betaald. Bereken nu eens, hoeveel hij voor
272,5 K.G. koffie zal moeten betalen, als 4 K.G.
koffie in prijs gelijk staat met 1 K.G. thee.
214. Een koopman heeft 3600 kilogram koopwaren ge-
kocht. Daarvan heeft hij 25 honderdste deelen gekocht
tegen 0,80 gl. de kilogram, 375 duizendste deelen
tegen 0,75 gl. en de rest a 0,90 gl. de kilogram. Hoeveel
heeft hij voor die partij moeten betalen?
215. A. en B. spelen en hebben ieder 50,70 gl. in den
zak. Als A. nu 't 0,25 gedeelte van zijn geld
verliest: hoeveel bezit ieder dan na 't eindigen van
•t spel?
216. Vijf menschen moeten 7860 gl. deelen. A. zal er 85
honderdste deelen van krijgen; B. 't 0,15 gedeelte;
C. 125 duizendste deelen, terwijl D. en E. de rest
gelijk zullen verdeden. Hoeveel zullen D. en E.
ieder ontvangen ?
217. Iemand heeft 656,50 gl. Hij verteert daarvan weke-
lyks 12,25 gl.; doch de eerste zes weken verteert
hij 3,25 gl. meer. Hoeveel weken kan hij nu met
dat geld toekomen?