Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
rekend, 4,7 5 kilogram wol heeft opgeleverd, zeg dan
eens, tegen hoeveel hij de kilogram wol heeft verkocht,
205. L. heeft 12 vat of hektoliter 75 kan of liter olie
gekocht tegen 47,50 gl. 't vat. Hij verkoopt ze tegen
11 stuivers den liter, maar meet 15 liter in en heeft
anderhalven rijksdaalder onkosten gehad. Hoeveel
heeft hij op die olie gewonnen?
206. Een loodgieter heeft de goten van een huis met nieuw
lood belegd. Hij gebruikte daartoe 675 K.G. lood van
27 cents de K,G. en rekent 12,50 gl. voor arbeidsloon.
Uit die goten kwam 762,5 K.G. oud lood, dat de
loodgieter kocht tegen 22,5 cents de K.G. Hoeveel
moet de heer den loodgieter uu nog toegeven?
207. Iemand heeft gekocht 12 last en nog 2,5 maal zoo-
veel mudden als hij lasten kocht, tegen 72 cents
't schepel. Zoo hij die geheele partij verkoopt met
een halven cent winst per kop, hoeveel heeft hij er
dan voor ontvangen?
208. Voor 48 meter katoen en 48 meter linnen heeft
eene vrouw 55,20 gl. betaald. Als gij weet, dat eene
el linnen 45 cents meer kost dan een M. katoen: kunt
gy dan zeggen, hoeveel een M. linnen en hoeveel
een meter katoen kost?
209. Eene som gelds, groot 502 gl., wordt onder eenige
mannen en vrouwen verdeeld. Een man krijgt 11,7 5 gl.
en eene vrouw een halven gulden meer. Zoo er nu
25 mannen zyn: kunt gij dan zeggea, hoeveel vrou-
wen er zijn ?
210. Voor eene partij koopwaren, waarvan 121,25 K.G.
't derde gedeelte is, wordt eene som geld betaald,
waarvan 72,75 gl. 't vierde deel is; kunt gy nu