Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
189. D. heeft twaalf driekwart el of meter laken gekocht
tegen 4,5 gl. de el, en nog 1,6 maal zooveel, dat
1,75 gl. per el duurder is. Hoeveel moet hij daar-
voor in alles betalen?
190. Een spekslager heeft 34 varkens gekocht, die te zamen
3840 K.G. wegen, tegen 9 stuivers de K.G. Nadat
ze geslacht zijn, verkoopt hij de K.G. tegen 63,5
cent; terwijl ieder varken 17,5 K.G. heeft afgelegd
en er op ieder varken 1,50 gl. onkosten zijn geloopen.
Hoeveel heeft hij aan al die varkens verdiend?
191. Iemand had eens 5700 gl- Daarvan gaf hij eerst
driemaal 't achtste deel en 150 gl. uit, en later nog
zoo menigmaal 16 cents als hij guldens over had. Eeken
eens uit, hoeveel geld hij toen nog overhield.
192. Jan is 16 jaar 4 maanden en 12 dagen oud; zijne
moeder heeft driemaal dien ouderdom bereikt, ter-
wijl zijn vader vijfmaal 't achtste deel eener eeuw
oud is. Hoeveel jaren tellen zij met hun drieën?
193. Iemand heeft 65 rijksdaalders, 25 halve guldens,
66 kwartjes, 96 dubbeltjes en 45 stuivers. Een
ander bezit 4,8 maal zooveel. Hoeveel gulden heeft
de laatste meer dan de eerste?
194. Voor 34 kilogram boter heeft iemand 25,50 gl.
betaald. Naderhand koopt hij tegen denzelfden prijs
per kilogram 25 stukken, ieder van 3 kilogram 2,5
hektogram. Hoeveel heeft hij voor de laatste hoeveel-
heid moeten betalen?
195. Van 25 hektoliter wordt eerst 't 0,25 gedeelte
verkocht; daarna nog 7 maal 't vijfentwintigste deel
van 't geen er over was. Hoeveel blyft er nu nog over?
196. Twee jongens moeten 37 rijksdaalders, 37 guldens en