Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
dat zij twaalf uren per dag gewerkt hebben, zeg
dan eens, hoeveel ieder hunner per uur verdiend
heeft.
146. Iemand die kaas in 't klein verkoopt (een uitsnij-
der), heeft 57 kazen, ieder van 15,5 K.G., gekocht
voor 282,72 gl. Naderhand koopt hij 84 kazen van
7,55 K.G. 't stuk tegen denzelfden prijs per K.G.
Hoeveel heeft hij daarvoor moeten betalen?
147. Al die kaas heeft hij verkocht tegen 45 cents de
K.G., doch door 't uitdrogen der kaas heeft hij 86,5
K.G. ingewogen. Hoeveel heeft hij er nu aan gewon-
nen, als hij nog 7,50 gl. onkosten gehad heeft?
148. Een koopman in manufacturen heeft ontvangen 1250
meter linnen, waarvoor hij 921,50 gl. moet be-
talen. Als er nu 325 meter bij is van 60 cents en
385 meter van 80 cents den meter: tegen welken prijs
is dan 't overige linnen per M. gerekend?
149. Een wijnkooper doet 29 vat of hektoliter 36 kan
of liter wijn van 0,80 gl. de kan en 44 vat en 4 kan
van 100 gl. 't vat door elkander. Kunt gij uit-
rekenen , op hoeveel hem nu een liter van dien
gemengden wijn komt ?
150. Iemand, die een groot werk had aangenomen, heeft
gedurende 15 weken 86 man in 't werk gehad.
Daaronder waren 26 timmerlieden, 15 metselaars en
de overigen waren arbeiders. Als nu een timmerman
zoo menigmaal 12,5 cent daags verdiend als hij weken
werkt, een metselaar zooveel dubbeltjes en een ar-
beider zoo menigmaal 8 cents: hoeveel arbeidsloon
hebben zij dan met elkander verdiend?
151. Als iemand 210 gl. per maand verdient, en daarvan