Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
eerst 't 0,25 gedeelte uit, en naderhand nog vier
tiende deelen van 't geen hij over had. Hoeveel
bezit hij nog van zijn geld?
126. Een winkelier heeft 425 K.G. suiker en 936 K.G.
koffieboon en gekocht, en er in 't geheel voor be-
taald 1435,625 gl. Als gij nu weet, dat de koiRe
1,25 gl. de K.G. kost, hoeveel heeft hij dan voor
een K.G. suiker besteed?
127, Een ambachtsman, die vast werk heeft, verdient 12,5
cents per uur. Keken gij eens voor hem uit, hoe-
veel hij in een jaar verdiend heeft, als hij door elk-
ander gerekend, elke week een hal ven dag verzuimd
en dagelijks 11,5 uur gewerkt heeft.
128. Een kleermaker heeft in een jaar 168 jassen, 376
broeken en 254 vesten gemaakt. Voor 't maken
van eene jas rekent hij 9,50 gl,, voor een broek
6,75 gl. minder en voor een vest twee gulden en
een kwartje. Hoeveel bedraagt het maakloon van al
die kleedingstukken te zamen?
129. Als gij eens (0,5 -f- 0,08 -f 0,005 — 0,0986) X
0,25 : 0,00032 rijksdaalders bezat: hoeveel gulden
waart gij dan rijk?
130, Drie maischen moeten 7284 gl. deelen. A. krijgt er
negenmaal 't zestiende gedeelte van, B, moet drie-
maal 't vijfde deel van de rest hebben en C. krijgt
wat er dan overblijft. Zeg eens, hoeveel A. van die
som meer ontvangt dan C,
131, Tien menschen hebben ook eene som geld te deelen.
Drie van hen ontvangen ieder 275,75 gl.; drie an-
deren ieder 25 rijksdaalders meer, terwijl de laatste
vier ieder weer 25 rijksdaalders meer krijgen dan