Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
gij dan zeggen, van welken prijs de rogge per mud
is geweest?
98, Iemand, die een maandelijksch inkomen heeft van
143,60 gl,, geeft daarvan zevenmaal 't achtste deel
aan zijne vrouw voor de huishouding, a. Hoeveel geeft
die man in een jaar aan zijne vrouw? b. Hoeveel
houdt hij voor zich ?
99. Iemand heeft 12 stukken linnen gekocht. Drie er
van zyn ieder 37,75 meter (M,) lang, 4 andere stukken
ieder 31,5 meter, terwijl de overige stukken ieder
3,25 meter langer zijn dan de laatste. Als hij al dat
linnen gekocht heeft tegen 0,60 gl. den M,, hoeveel
heeft hij er dan voor moeten betalen?
100. Later verkocht hy dat linnen en maakte voor de
3 eerste stukken 75 cents per meter; voor de vol-
gende vier stukken 12,5 cent minder per meter
en voor de overige vijf stukken maakte hy 16 stui-
vers per meter. Hoeveel heeft hy nu op al de
stukken gewonnen?
101. Een ambachtsman had gedurende een geheel jaar
iedere week 1,25 gl. op de spaarbank gebracht.
Van dat geld nam hij zooveel af, als hij noodig
had om 12,5 mud of hektoliter aardappelen te koo-
pen van 48 stuivers de mud. Hoeveel gulden hield
hij nog op de spaarbank ?
102. Bij dat overgebleven geld voegt hij weer een jaar
lang, elke week 15 stuivers. Toen nam hij er zoo
veel af, dat er nog 't twee en dertigste deel van
600 gl. overbleef. Zeg nu eens, hoeveel hij er den
laatsten keer heeft afgenomen.
103. Een timmermansbaas heeft in 18 weken aan zijne