Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
74. Een bakker heeft in zes weken de volgende hoeveel
heden rogge verbakken: de eerste week 6,5 H.L.
de tweede week 875 L,, de derde week 7,5 H.L.
de vierde week 6275 d.L.; de vijfde week 7,5 D.L
meer dan de eerste week en de zesde week 9 H.L
7 50 d.L. Hoeveel hektoliter rogge heeft hij in die
zes weken verbakken?
75. En als hij aan iederen H.L. 37 stuivers verdiend heeft:
hoeveel heeft hy er dan in 't geheel aan verdiend?
76. Eene meid deed boodschappen; zij had twee rijksdaal-
ders bij zich en gaf er driemaal 't achtste deel van uit.
Hoeveel heeft zij van haar geld overgehouden?
77. Op eene schuld, die 1280,75 gl. groot is, wordt 't 0,6
gedeelte betaald; kunt gij zeggen, hoeveel de schuld
nu nog bedraagt ?
78. Drie menschen moeten 4721,40 gl. deelen. A. moet
er 't vierde deel van hebben en B. krijgt 't derde
gedeelte. Eeken eens uit, hoeveel er nu nog voor
C. overblijft.
79. Een wijnkooper heeft twee partijtjes wijn; 't eene is
6 H.L. 7,5 L. groot en 't andere is 2,5 maal
zoo groot; hoeveel bedragen die twee partijtjes te
zamen ?
80. Een kleermaker heeft aangenomen 268 jassen te
maken. Voor iedere jas gebruikt hij 1 el of me-
ter 7,5 palm of decimeter laken van 4,75 gl. den
meter. Hoeveel moet hij voor al die jassen ont-
vangen, als hij voor iedere jas 3,50 gl. maakloon
rekent?
81. Als 18 koeien zooveel waard zyn als 7 paarden, en
eene koe 138,60 gl. kost: zoudt gy dan kunnen uit-