Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
halve H.G. peper verkocht en 1,80 gl. voor de K.G. ont-
vangen; hoeveel bedraagt daarvan de geheele ontvangst?
22. Als men voor een kilogram kofïieboonen 1,20 gl. moet
geven: hoeveel zal men dan moeten betalen voor 12
balen, ieder van 62,5 kilogram ?
23. Als men 4 hektoliter 9 liter en 75 centiliter twaalf
en een half maal neemt: hoeveel krijgt men dan tot
product?
24. Een bakker heeft een jaar lang iedere vreek 5 mud
(H.L.) 12 en een halven kop (L.) tarwe verbakken.
Hoeveel bedraagt dat in dat jaar?
25. Uit een vat boter heeft men 7 maal 4 K.G. 25 D.G.
verkocht; hoeveel K.G. is er nog in?
26. Hoeveel moet men voor 63 mud (H.L.) 7,5 schepel
(D.L.) betalen, als men een rijksdaalder voor den
hektoliter besteedt?
27. Eene meid deed boodschappen; zy had een ryks-
daalder en een gulden meegekregen. Hiervan had
zij 3 gulden 3 dubbeltjes en 2,5 cent uitgegeven;
hoeveel hield zij van haar geld over?
28. Als iemand dagelijks 1 gulden 62 en een halven
cent verdient: hoeveel bedragen dan zijne verdiensten
'in 8 weken?
29. Hoeveel is de waarde van 28 vat (H.L) 7,5 kan (L.)
als 't vat 36 gulden waard is?
30. Uit een zak geld, waarin 267 gulden en 60 cents
is, wordt driemaal 87,675 gl. betaald, zeg eens hoe-
veel er dan nog in blijft.
31. Verleden week heeft iemand dagelyks 3 gl. 87,5 cent
verdiend. Hiervan beeft hij 16 gulden 37,5 cent
verteerd ; hoeveel heeft hij nu nog overgehouden ?