Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
14. Als gij eens 7 guldens, 2 kwartjes en 3 stuivers in
uw zak hadt, en gij er de waarde van 3 gulden,
7 dubbeltjes, 7 stuivers en 7 cents van uitgaaft:
hoeveel zoudt gij dan nog over hebben?
15. Op een zaterdagavond haalde een meid 't volgende:
anderhalf pond (K.G.) koffie, derdehalf ons (H.G.) thee,
7,5 lood (D.G.) peper, 7,5 ons suiker, 15 wichtjes (G.)
kaneel, 25 ons zout, 5 ons stijfsel en 1250 wicht-
jes rijst. Hoeveel K.G. bedraagt dat alles te zamen?
16. Zeg eens, hoeveel mud of hektoliter de volgende hoe-
veelheden te zamen uitmaken: 4 schepel of dekaliter
2 en een half maatje of deciliter; 8 mud 47 en een
hal ven kop; een half last en 36 maatjes; anderhalf
last en anderhalf mud; 1725 kop of liter; 19 hek-
toliter en 1725 deciliter.
17. Eeken eens uit, hoeveel 12 ons (H.G.) en 12 wicht-
jes (G.) meer is dan 37 lood (D.G.) en 48 korrel (d.G.).
18. Hoeveel is de som van: 12 vat en anderhalve kan;
1 vat 45 maatjes; 16 kan 47 en een half maatje;
25 vingerhoed (c.L.); 36 kan 36 maatjes 36 vingerhoed;
7045 maatjes; anderhalve kan en 15 maatjes; 4565
vingerhoed ?
19. Een grutter had 7 en een half mud (H.L.) gort op-
gedaan, daarvan verkocht hy in eene week aan ver-
schillende menschen 3 en een kwart mud, en de vol-
gende week nog 17 schepel (D.L.) 25 en een halven
kop (L.); hoeveel heeft hij nog van dat partijtje over?
20. Als gij 17 pond (K.G.) 16 ons (H.G.) en 12 lood (D.G.)
eens 17,5 maal neemt, hoeveel krygt gij dan tot
product ?
21. Een kruidenier heeft in eene week 7 K.G. 7 en een