Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
7. Bij 27 vat of hektoliter 25 kan of liter olie koopt
iemand nog van A. 7 vat 5 kan, van B. 2,5 vat,
van C. 9 vat ]2 kan 5 maatjes of deciliter en van D,
13 vat 57 maatjes. Hoeveel heeft hy nu in't geheel?
8. Hoeveel bedragen de volgende lengten te zamen; 7 el
of meter 9 palm of decimeter 5 duim of centimeter
5 streep of millimeter; 7 palm 5 streep; 8 el 25
duim; 75 palm 5 streep; 19 el 15 palm; 6 el 17
palm 17 duim 15 streep; 925 duim; 8 palm 27
duim 5 streep ?
9. Een bakker heeft 7,5 mud of hektoliter meel liggen;
hij heeft daarvan in twee dagen 4 mud 6 schepel of
dekaliter 15 kop of liter verbakken; hoeveel heeft
hij nog over?
10. Een kuiper heeft twee vaten gemaakt, 't eene kan
10 vat of hektoliter 7,5 kan of liter bevatten, terwijl
't andere maar 7 vat 785 maatjes of deciliter kan
inhouden; hoeveel is 't eerste grooter dan 't laatste?
11. Hoeveel is 't verschil tusschen 275 duim of centi-
meter en 1985 streep of millimeter?
12. Zes jongens rekenen uit, hoeveel geld zij te zamen
bij zich hebben. Jan heeft 62 en een hal ven cent,
Kees 16 stuivers, Hein heeft twee kwartjes en twee
dubbeltjes. Klaas 14 stuivers en drie centen, Frits
1 gulden en anderhalven cent, en Willem heeft 3
kwartjes 2 dubbeltjes en 4 centen. Keken gij ook
eens uit, hoeveel ze te zamen bezitten.
13. Een wijnkooper heeft 36 vat (H.L.) 62 kan (L.) en 5
maatjes (d.L.) wyn: hij levert er 19 vat 75 kan van
af, doch koopt er weêr 28725 d.L. bij; hoeveel
H.L. heeft hy nu?