Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Tweede stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1876
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1937
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200328
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOESTELLEN.
--a—Sa—T--
1. Iemand is 2500 gl. schuldig; hij betaalt ervan 1762
gulden en 3 kwartjes; hoeveel blijft hij nog schuldig?
2. Iemand heeft de volgende sommen ontvangen: van
A. 36 gl. 12,5 cent; van B. 124 gl. zeven en een Lal-
ven cent; van C. 9,50 gl.; van D. 80 gl. 42 en een
halven cont; van E. 27 gl. 5 cents en van F. 59 gl.
en een kwartje. Hoeveel heeft hij in alles ontvangen?
3. Een grutter heeft aan onderscheidene menschen gort
afgeleverd: aan A. 7 schepel of dekaliter 5 kop of
liter; aan B. 25 kop; aan C. 7 en een halven kop;
aan D. 135 maatjes of deciliter; aan E. 1 mud of
hektoliter 25 kop en aan E. 19 kop en 15 maatjes;
hoeveel heeft hij in 't geheel afgeleverd?
4. Hoeveel bedragen de volgende hoeveelheden tezamen:
7 pond of kilogram 1 ons of hektogram 5 lood of deka-
gram ; anderhalf lood; 7 ons 5 wichtjes of gram; 2 pond
7 lood 5 korrels of decigram; 5 ons 5 wichtjes 5 korrels;
12 pond 16 ons; 26 ons 25 lood; 4 pond 935 wichtjes?,
5. Van een partijtje rogge, groot 3 last 4 mud 55 kop,
heeft een bakker 1 last 7,5 mud gekocht, hoeveel
blijft er uog van ov~er?
6. Uit een vat suiker, dat 350 kilogram weegt, heeft
een winkelier in cene week 87 pond 5 ons of hekto-
gram 5 lood of dekagram verkocht; hoeveel bleef et
nog in 't vat?