Boekgegevens
Titel: Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Deel: Vierde stukje
Auteur: Boeser, A.L.
Uitgave: Amsterdam: A. Hoogenboom, 1873
7e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1934
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200327
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuw rekenboek voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOESTELLEN.
109. Twee menschen moeten 75 gulden deelen. A. krijgt
er 't gedeelte van en B. de rest. Hoeveel krijgt
de laatste meer dan de eerste?
110. Naderhand kreeg A. er nog 4maal zooveel bij, als
hij had, en B. Smaal zooveel, als hij bezat; hoe-
veel hadden zij toen zamen ?
111. Een andere som moet onder vijf menschen zóó
verdeeld worden, dat A. '/a gedeelte van de geheele
som krijgt, B. V4. C. Vs > D- Vo ï terwijl
de rest voor E. is. Welk gedeelte krijgt deze?
112. En zoo de geheele som 4860 gl. bedraagt: hoeveel
bedraagt dan 't aandeel van E. ?
113. Een winkelier heeft in eene bus SS'/^ pond of K.G.
koffieboonen; daarvan verkoopt hij aan 7 menschen
ieder K.G. Hoeveel K.G. blijft er nog in de bus?
114. Willem heeft SVg gulden; Jan heeft Smaal zooveel
en Doris bezit zooveel als Jan en AVillem zamen.
Hoeveel hebben zij met hun drieën?
115. Iemand heeft twee stukken katoen gekocht, die
zamen 97Vä meter lang zijn. Als nu 't eene
el langer is dan 't andere: hoe lang is dan
't langste stuk?