Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
§ 10. Het keizerrijk Duitscliland.
9800 □ geog. mjilen, 45 mill. inwoners.
Wanneer we uit ons land oostwaarts reizen, komen
we in een uitgestrekt land, en wel in Duitsehland,
dat uit verschillende kleinere rijken bestaat, die sedert
1871 met elkander één keizerrijk vormen.
Ten noorden grenst het aan de Noordzee, Dene-
marken en de Oostzee, ten oosten aan Rusland,
ten zuiden aan Oostenrijk-Hongarije en Zwitserland,
ten westen aan Frankrijk, Luxemburg, België en Ne-
derland. In het zuiden vormen bergketenen en de Rijn
natuurlijke grenzen.
Van het zuiden naar het noorden neemt de hoogte
van den bodem af. Het zuiden, van de Alpen tot
aan de Donau, bestaat uit eene hoogvlakte, de Z w a-
b i s c h-B e i e r s c h e; van daar tot aan de Aller
(zijrivier van de Wezer) vindt men het Duitsche
Middelgebergte. Als een middelpunt hiervan
kan men het Fichtelgeber gte beschouwen,
van waar naar vier ver-schillende richtingen geberg-
ten loopen (Ertsgebergte en Sudeten, Thü-
ringer w o u d). De overige gebergten, die tot het
Duitsche Middelgebergte behooren, liggen langs beide
oevers van den Rijn (S c h w a r z w a 1 d, V o g e z e n).
Ten noorden van het Middelgebergte strekt zich de groo-
te Noor d-D u i t s c h e laagvlakte tot aan zee
uit. Ze beslaat ongeveer de helft van geheel Duitsehland
en wordt van het oosten naar het westen door twee
landruggen doorsneden. Groote deelen van deze vlakte