Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
groei. Het uiterste noorden van ons werelddeel met
zijn koud klimaat vertoont slechts uitgestrekte met
mos bedekte vlakten (toendra's). Iets zuidelflker ver-
toont zich de boomgroei in dwergachtige vormen; en-
kele graangewassen, gerst en haver, worden reeds in
den korten zomer verbouwd. Dit gebied strekt zich
uit ten noorden van eene lijn Drontheim-Finsche
(jolt'-Oeralbron.
Een tweede gebied, dat Noord-Engeland, Zuid-
Scandinavië, Denemarken en Midden-Rusland beslaat,
heeft nog lange winters; de gewassen moeten in tamelijk
korten tijd rijpen; men verbouwt dan ook vooral rogge,
gerst en haver als voedingsgewassen. In dezen gordel
vormen berken, eiken, beuken en verschillende naald-
boomen uitgestrekte wouden.
Een derde gebied (noordgrens in 't westen dt 52"
N.B., in 't oosten zt 46" N.B.) beslaat Zuid-Engeland,
Frankrijk, België, Nederland, Duitsehland, Oostenrijk
en Zuid-Rusland.
In deze streek, waar de winterkoude haar invloed nog
doet gevoelen, legt men zich vooral op den landbouw toe,
die allerlei graangewassen levert. Verder tiert in een
groot gedeelte van dezen gordel de wgnstok; terwjl
allerlei ooftboomen, in sommige streken vooral (Noord-
Frankrijk appels, Servië pruimen), verbazende hoeveel-
heden vruchten leveren. De wouden bestaan nagenoeg
uit dezelfde boomsoorten als in het vorige gebied.
In beide laatstgenoemde gebieden treft men uitste-
kende weiden aan.
Het vierde gebied beslaat de zuidelyke schiereilan-
den. Voor een groot gedeelte behoort het tot de streek
der winterregens, de zomers zijn bijna regenloos. Onze
loofboomen, die voortdurend behoefte aan water hebben.