Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
Naar de Kaspische Zee : de W o 1 g a en de O e r a 1.
De bevaarbaarheid dezer Enropeesche rivieren en de tal-
ryke verbindingen van verschillende stroomgebieden door
kanalen zyn voor het verkeer van het grootste belang.
Enkele deelen van Europa zijn bijzonder rgk aan
meren, o.a. de Alpen, het land rondom de Oostzee en
Schotland en Ierland.
Zoek de voornaamste meren op de kaart.
§ 4. Klimaat. Europa ligt met uitzondering van een
zeer klein gedeelte (het noorden van Scandinavië en
Rusland) in de noordelijke gematigde luchtstreek. Ten
westen van het werelddeel strekt zich de Atlantische
Oceaan uit, die door zyne binnenzeeën zeer ver in het
land dringt. De richting van den vooral heerschenden
wind is zuidwest. Een gevolg daarvan is, dat een
groot gedeelte van Europa in meerdere ot' mindere
mate de voordeden van een zeeklimaat geniet. Het
oosten echter is te ver van de zee verwyderd en heeft
een vastelandsklimaat. Het noordoostelijk gedeelte van
den Atlantischen Oceaan heeft ten gevolge van een
warmen zeestroom (Golfstroom) eene hoogere tempe-
ratuur dan het naar zijne noordelgke ligging zou moe-
ten hebben. Door de zuidwestenwinden geniet de
westkust van Noord-Europa de voordeelen van deze
hoogere temperatuur.
In het grootste gedeelte van Europa valt de neerslag
(regen, sneeuw) in alle jaargetgden; in het westen
valt de meeste regen gedurende den herfst: in Midden-
en Oost-Europa in den zomer; terwijl een groot ge-
deelte der drie zuidelijke schiereilanden byna regen-
looze zomers heeft.
§ 5. Plantengroei. Het klimaat en de verdeeling van
den regen hebben grooten invloed op den planten-