Boekgegevens
Titel: De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Auteur: Boeser, J.C.; Neck, D.C. van
Uitgave: Arnhem: J. Voltelen, 1886
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1880
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200301
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van de aarde
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De werelddeelen: aardrijkskunde voor de lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
ringd door eene luchtzee, die men dampkring noemt.
Ook deze wentelt met de aarde om hare as.
De lucht wordt voortdurend verwarmd en wel
hoofdzakelgk door de warmte, die de aarde (land en
zee) van de zon ontvangt en dan aan den dampkring
mededeelt; hoe hooger men dus in dezen stijgt, des te min-
der warm wordt de lucht. De oppervlakte der aarde
wordt echter niet gelijkelijk door de zon verwarmd ;
hoe verder men zich van den aequator verwydert, des
te schuiner vallen de zonnestralen op de aai'de, en
des te minder worden zee en land verwarmd. De
warmte van de zich daarboven bevindende lucht zal
zich natuurlijk daarnaar regelen.
Er is nog een andere reden voor ongeljjke verwarming.
De zee neemt de warmte veel minder spoedig op
dan het land; doch verhest haar minder snel, zoodat
de lucht boven het land, ver van de zee verwijderd,
gedurende den zomer veei sterker verwarmd wordt
dan die boven de zee, of boven landen in de nabijheid
der zee gelegen. In den winter daarentegen zal het
omgekeerde plaats hebben, de lucht boven de zee zal
warmer zijn dan die boven het land.
Vandaar dat men in landen, die in de nabijheid der
zee gelegen zijn (altgd wanneer andere omstandighe-
den gunstig zijn), koele zomers en matig koude win-
ters heeft; terwyl landen, ver van de zee verwijderd,
warme zomers en zeer koude winters hebben.
Van de eerste landen zegt men, dat ze een zeekli-
maat, van de andere, dat ze een vastelandsklimaat
hebben.
Ten gevolge van de ongelijke verwarming van de
lucht en het daardoor verbroken evenwicht ontstaat
er beweging in den dampkring, die men wind noemt.