Boekgegevens
Titel: Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Nijmegen: P.J. Milborn, 1894 *
Neerbosch: Stoomdrukkerij der Weesinrichting
2e dr; 1e dr.: 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1815
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200275
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
Dat heeft haar moeder haar anders geleerd en daarom
breit ze kousen voor haar kleinkinderen. Die zeggen
altijd „Grootje" tegen haar. Zij spelen wel eens dicht
bij haar huisje en dan past kromme Leen nog op hen.
Zoo kan een ongelukkig mensch toch nog wat doen
in de wereld.
XXXVIII.
BLINDE TOON.
Er zijn veel ongelukkige menschen in de wereld. Als
men ze lielpen kan, moet men het doen,
Blinde Toon vraagt dikwijls aan de kinderen of de
menschen op straat, of hij op den goeden weg is en
dan helpen zij hem voort. Loopt Blinde Toon dan heel
alleen op straat? -Ia, en hij weet toch overal den weg.
Hij heeft niet eens een stok bij zich om te voelen, waar
iiij is. Hij loopt maar voetje voor voetje en hij steekt
zijn handen altijd vooruit. Als hij wat ongewoons hoort,
blijft hij stilstaan en vraagt, of er ook een wagen of
iets anders in den weg staat. O, hij kan zoo fijn hooren.
Al loop je nog zoo stil naast hem, hij hoort het toch
dadelijk.
Toons oogen staan wijd open en men kan er niet
aan zien, dat hij blind is. Zij zien er net uit als gewone
oogen, maar hij kan er toch niets mee doen. De dokters
kunnen er ook niets aan verhelpen. Toon moet altijd
blind blijven, tot aan zijn dood toe. Dan willen we