Boekgegevens
Titel: Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Nijmegen: P.J. Milborn, 1894 *
Neerbosch: Stoomdrukkerij der Weesinrichting
2e dr; 1e dr.: 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1815
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200275
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
Daarom zijn erin veel plaatsen huizen, daaroudemannen
en vrouwen in kunnen komen wonen, als zij hun kost
niet meer kunnen verdienen. Daar behoeven zij niets te
betalen en kunnen er rustig leven. Kunnen zij nog eens
wat werken en zoo wat verdienen, dan is dat een buiten-
kansje. Dat treffen ze dan dubbel.
Het is maar heerlijk, dat er goede menschen geweest
zijn, die er aan gedacht hebben, zulke huizen te laten
bouwen en er geld voor te geven, datdeoudjeseretenen
drinken en slapen kunnen. Zoo zijn heel veel menschen
toch uit den nood geholpen en voor armoe bewaard.
Als er veel menschen in zoo'n huis zijn, is er ook een
groote eetzaal, dan zijn er groote slaapkamers en ook
ziekenkamers. Een vader en een moeder zijn er ook in
dat huis. Het is wel vreemd om te hooren, dat heel
oude menschen nog „vader" en „moeder" zeggen. Maar
ze raken er gemakkelijk aan gewoon.
Somtijds hebben de oude mannen allen eendere
kleeren aan. Maar soms houden zij ook hun gewone
kleeren. Dat staat toch nog beter.
Wij hadden thuis een tuinman, die ook in het oude-
mannen-en vrouwenhuis was. Hij kwam 's Woensdagsen
'sZaterdags altijd den tuin opknappen.Dan trok hij zijn
lange bruine jas altijd uit en hing die in het hok aan
een spijker. Maar zijn hoogen hoed hield hij op. Hij kon
nog wel goed werken, al was hij oud. Rooken deed hij
nooit, maar hij hield veel van een snuifje. Als mijn
moeder wat eten voor hem bewaard had, was hij heel
blij. Hij kreeg in het huis wel goed te eten, maar hij kon