Boekgegevens
Titel: Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Nijmegen: P.J. Milborn, 1894 *
Neerbosch: Stoomdrukkerij der Weesinrichting
2e dr; 1e dr.: 1889
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 1815
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200275
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Binnen en buiten.: Leesboek voor een afdeeling der middelste klasse
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
XII.
DE SCHILDER.
Een jongen wil wel eensgraagschilderworden.Enals
hij dan loopjongen wordt bij een baas, moet ge eens
zien in de eerste weken, hoe hij er uitziet. Zijn gezicht,
zijn handen en zijn kleeren zitten dan vol met verf.
Dan laat hij iedereen zien, dat hij een schildersjongen
is en men kan het ruiken ook.
Als hij maar goed aan 't werk is, dan maakt hij
zich niet zoo vuil meer.
De schilder heeft buitenwerk en binnenwerk. Als het
huis van buiten geschilderd moet worden, dan komt
er ook klimmen bij te pas. Maar de schilder is er aan
gewoon en staat net zoo gerust op zijn ladder als een
ander op den gelijken vloer. Maar als hij last heeft
van duizeligheid, is het maar beter, dat hij niet
hoog klimt.
Het schilderen lijkt al heel gemakkelijk. Met de
kwast heen en weer strijken, dat kan het kleinste
kind wel. Maar strijken zooals het behoort, niet te dik
en niet te dun, dat verstaat geen kind. En de verf
aanmaken, dat kan iedereen ook zoo maar niet.
De schilder gebruikt ook stopverf. Die hebben de
jongens ook graag om er allerlei poppetjes van te
maken. De schilder gebruikt ze om spijkergaten te
stoppen. Hij doet wat stopverf in het gaatje, drukt er
met zijn stopmes overheen en dan moet het drogen.