Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— —
De Apostelen.
IN DEN NACHT DES VERHAADS.
luiccijcn ooU aUc aan u gcërgcrtr
matth. XXVI.
Hoc! Judas nict aliccn, die om geringe baat
Zyn' Meefter en zyn' God durft leevren aan den baat!
Geheel 't Aposteifchap, van doodfchrik aangegrepen.
Ziet naauwlykshunnenHeer naar'sLandvoogds vierfchaar fleepei:
()f raadloos en bedwelmd, van angst en kommer ftom.
Verloopt bet en verftrooit, en ziet niet naar Hem om.
Wat lafheid. Hemel ach! in dezen nacht vol jammeren!
Zy vlieden, als een hoop van weerelooze lammeren,
Den veldwolf in den mond, die op ben loert en wacht.
In dit hun liefde en irouw, hunn' dierften plicht betracht!
.la Hemel! Petrus-zelf, die legen Legerknechlen
En moed en ijver had om voor zyn' Heer te vechten.
Die 't glinfterende zwaard dorst rukken uit de fcheê
En zwaaien 't over 't hoofd, wat doet hy! vlucht hy meê?
Ach, fchaamte duldt dit niet. Hy kan Hem nict verlaten;
Hy volgt Hem, maar van verr', naar 'twachthuis der Soldate:
Van verre, en in den fchyn, als van dien Meefler vreemd,
En of hy in zyn lot belang noch aandeel neemt.
Zyn boezem klopt en hygt; hy veinst zich onbewogen,
En dempt de zucht in 't hart, de tranen in zyne oogen.
Verbergt zich door een' plooi in houding en gelaat.
Die de onverfchilligheid, neen, laffe vrees verraadt
En 't oog des vorfcbers fchuwt, angstvallig en verftolen.
Hy mengt zich in den hoop, en zet zich by de kolen.
Helaas, de onnoosle beeft, maar beeft niet van de kou!
Geen nachtlucht grypt hem aan, maar moedloosheid cn rou^