Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Ed haat en wraakzucht fmoore.
Dat naaften heil my dierbaar zy,
Myn boezem willig met hem ly',
En voor zyn welzyn gloore.
Die Almacht, die des Afgronds diep.
De hooge Hemelzalen,
My-zelv' en 't groeiende aardryk fchiep,
En 't licht der zonneftralen:
Wat vergt my beur bewondering?
Ach! onderwerping in myn' kring.
En lydzaam zelfvermaken:
Verloocbning van myn eigen' wil;
En, in myn lot gedwee en ftil.
Naar booger, niet te haken.
Die Heiligheid, waar 't Hemelscb licht.
Waar in Uwe Englen zweven.
Als aardfche neveldamp voor zwicht.
Uit poelen opgeheven;
Wat vraagt die? Affchrik van het kwaad.
Verboden lust — en zondenhaat;
Boetvaardig zelfverfoeien :
Verachting van des warelds flyk;
Verheffing lot het Hemelryk ;
En, voor uw dienst te gloeien.
Geen ydel pryzen met den mond,
Geen bloot aanfchouwend eeren,
Daar al wat is Uw Lof verkondt,
Is Uwen roem verraeeren.
Neen, van uw zorg en macht gewis.
Te fmellen van erkentenis.