Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 88 —
's Hoogsten Lof.
(©jj liflt iüEi sotiöcn 3ön tot {rij? 59HC2
Igeerïöfiödb.
efzz. 11.
O God, ik ben Uw eigendom;
Gy hebt ray 't licht gegeven!
Gy riept me in 't aanzyn, en waarom?
Om U ter Eer Ie leven.
Maar o, myn God, wat ftuit dit in?
Dit vraag ik aan Uw Menfchenmin;
Dit, aan Uw Alvermogen;
Dit vraag ik aan Uw Heiligheid;
Gy, Godheid, die Uw glorie fpreidt
Door Aard en Hemelbogen!
Die Liefde, die Uw fchepfel voedt
En alle heil doel fmaken;
Die vordert van myn leêr gemoed,
Een even hevig blaken.
Een liefde, die zich-zelf vergeel,
In 't troosten van zyns naaften leed,
In weldoen, zalven, heelen;
In '1 veel of weinig dat zy heeft,
Met dankbaarheid voor die H ons geeft,
Blymoedig meê te deelen.
Die Liefde, die de zondenfchuld
Aan menfchen kost vergeven;
Die H zwakke fchepfel draagt en duldt,
Dat voor uw wraak moest beven;
Die eischt dat ook mijn hart verfchoon',
Zachtmoedigheid voor wrevel loon',