Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
En Mozes en zyn Wet voor Ileidncnleer vcrfmaadt?
Is dit de Upoederleus? en zoudt gy die begeeren,
iMet ziilken, wien men thands den naam van Clirislnen geeft?
Dit; God en Heiland faam baldadig af te zweelden!
Te lachen met een' God voor wicn de zonde beeft!
Neen, Jacobs afkomst, neen! Behoudt uw fchrikbre dwaling,
(Ze is fchr^kbaar, maar zy paart met eerbied voor uw'God)
Behoudt hacr tot het uur der donkre tydbepaiing.
Dat Jezus zich erbarm' om Isrels gruwzaam lot!
Behoudt haar, ja! veeleer, dan, fpoorloos afgevallen.
God te onderwerpen aan een' vloekbren mcnfchenwaan,
Om met dien ydlcn naam van Filozoof Ie brallen.
Die zoo oneindig duur aan 't menschdom heelt geftaan!
Wat zoudt ge uw' hoogmoed, wat, die eigenliefde roken!
(Die, die zich-zelv' vergoodt, en allen band verkracht!)
En d' afval, fleeds zoo zwaar door Jacobs God gewroken.
Vernieuwen, gruwbrer nog dan 't fchuldig Voorgellachl ?
Behoudt, o Isrels huis, en Godsdienst cn Geweten :
Lydt nog, indien gy 't moet, gy die zoo lang reeds leedt!
Wy lyden met u, wy, die waarlyk Christnen heelen.
En wier geloovig hart zyn' Heiland niet vergeet.
Deze eeuw heeft God beftemd lot lyden, tot beproeven.
Wy, Christnen, nemen 't kruis op Jezus voorbeeld aan:
Gy, daar we in flille hoop op zyn verfchyning toeven,
Toeft met ons, op het licht dat beiden op zal gaan!
Ja, IsrcI, ja, ook u zal 't opgaan. Blyft beftendig!
Ja yvert voor uw Wel, naar 't licht waar in gy flaat!
En fmeekt ons aller God, dat Hy Zyn werk volendig'.
Het Heil der Wareld is uw erfdeel, Abrams zaad!
i803.