Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 85 "
Die rocpl u loe: Ily kwam, en werd voor u geflacht.
O gy, wier noeste vlyt, Profeet en Wet doorkroopen,
De woorden proefde en woog, ja, elke lelterftip!
Gy zuchl, en 'k zie uw wang van tranen overioopen,
llabbynen! fpreekt, 6 fpreekt! van waar dit wanbegrip?
Neen, neen, oprechten, neen! Ge ontkent uw* Jezaïas,
Gc ontkent uw' Belzazar zyn hcilvoorfpelling niet!
Indien ge uw Uyksherftel verwacht van uw' Mcsfias,
Ge wacht ook dat zyn bloed voor uwe fchuldcn vliet.
Ach! legt den blinddoek af! vereent die ftrydigheden!
Wacht d' ecn ten oneer niel, den ander niet tot eer! (')
Een zelfde Davidszoon heeft voor zijn Volk geleden,
Wacht, wacht denzelfden ook als uwen Koning wéér!
Wy wachten Hem met u, dien Heerfcher zoo verheven,
(Maar met een' ryker glans dan ooit een' throon omgaf).
Voor wiens onlzachbrc kracht, wat fchepter voert, zal beven,
En die ze, als fcherven, zal vermorslen met zyn* ftaf!
Ons hart, ó Joden, eert uw Wel en Profeciën;
Uw God is onze God; uw Heiland, onze Vorst.
Hem wachten we, eens met u; Hem buigen we onze knien :
Zyn ryk is 'l, waar ons hart, ons brandend hart, naar dorst.
Ueeds naakt het. Ach! die tyd was kenlvk afgeteekcnd,
Waar op Hy 't menschlyk vleesch, alsftervling, aan moest doen;
Blaar niets! wat ons den dag, d' ontzetbren dag berekent,
Die met zyn' zichlbrcn throon op 't aardryk aan zal fpoên.
Hy nadert, en, ó God, hoe fchrikbaar zal hy dagen!
Ach! zult ge uw' Koning dan uw trouw, uw hulde bién?
Dan, 't blinde wanbegrip van 't Voorgcflacht beklagen,
En Davids Telg en Heer in onzen Jezus zien?
Gy zult hel, ja, o ja — Te lang misleide Joden,
Gy die Gods Wel vereert en zyne Orakelblaön,
(') Twee Jlesfiasfen, door de llabbynen gefield.