Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
t
I - 84 -
Vloot van zijn lippen af, vermeefterde en verrukte;
En ademde in den zoom van 't onbemerkt gewaad.
Hoe kost ge uw' Heiland, hoe den Heer der aard miskennen !
Die blinden 't licht hergeeft, den band des doods verbreekt!
Wiens kenmerk, voorgefchetst door Godgetrouwe pennen.
Al wie de Schrift doorzoekt zoo hel in de oogen fleekt!
Hem, hartekenner; Hem, met zwakheên onbeladen!
Die ftorm en zee gebiedt! Voor Wien de Satan buigt!
't Is God, zijn woord, zijn kracht, het zijn Zijn wonderdaden,
't Is hel en afgrond zelf, wat van zijn Godheid tuigt.
Neen, zegt ge! Slerve hy aan 't vloekhout! laat hem fneven!
Wy wachten Davids Zoon, maar met een' andren ftaf.
Ach, zuchtende in den nacht wordt u de dag gegeven;
Gy wacht een bleeke maan, en wijst hel daglicht af!
Dan neen, ook zelfs die dood brengt u dien Held voor oogen,
Die fterven moest voor u, onfehuldig en gefmaad;
Verkocht, verraSn, befpot, mishandeld, aangefpogen;
Doornageld en doorboord door uw' onlmenschten haat.
Ja, laat Zyn wondren daar. Zijn Goddelyk verryzen!
Is God uw God en fleun, en houdt Hy woord en trouw.
Zoo laat die gruwbre dood u op den Heiland wyzen;
Wiens lyden, Wiens eilend uw wonden heelen zou.
Vraagt, vraagt uw Leeraars! Gaal, pleegt raad met uw Rabbynen!
Vraagt, of Mcsüas niet moest fterven voor uw fchuld?
Vraagt, zoo Hy als een Vorst in 't purper kwam verfchynen.
Of dan de Orakelfpraak der Schriften waar vervuld?
Laat Arnos fchrandre zoon, laat David-zelf hier fpreken!
Hoort hem, wiens heilig bloed der Leeuwen muil ontzag!
Den Ziender, voor wiens oog de duiftre tyd der weken
Mei middagvollen glans en klaarheid openlag!
Maar neen! Uw eigen lot, uw land- en lempelftooring,
Betuigt u, wat het zij, waar op gy hooploos wacht!
Die Godfpraak laat uw' wensch geen uitzicht van verhooring!