Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 82 —
Aan de Joden.
€ntt aïsaa 3aï gcïjecï S^raël 5£iïi0 luarbcn.
ROM. X!.
Gy, oud CU edel Volk, dal nu finis achlticn eeuwen
Voor uwer Oudren fchuld zoo duur, zoo eindloos boel!
Gy, aller Volken fmaad, mishandelde Hebreeuwen,
In 't onheil zoo gedwee, flandvaslig, en vol moed!
Geloofl niel, lijdend Volk, dal Chrislnen u verachlen,
Dal bun gevoelig hart met uwe ellenden fpol!
Neen, 'l blaakt, het zucht vooru,cn mag bet haar verzachlen
'l Is hun een weldaad van hunn' Heiland, van bunn' God
Hel eert die banden die u knellen, 't eert uw jammren!
Zy zijn ons borgen van Gods waarheid, van zijn heil.
Geen wolven zijt gy ons, maar wreed vcrftrooide lammeren
Uw herders zorg als wy, en niet der llachlbank veil.
Gy, zaad des braven, wien, zijn vaderland ontweken,
Gods roepflcm hooger gold dan heel een nietige aard!
Uit wie des aardrijks heil zoo heerlijk uit moest breken!
Die, in der Volken rei, zijn lust, zijn glorie waarl!
O gy, bevoorrecht met een fchitlring van Zijn luifter,
Waar 't fiddcrend Heelal het fcheemrend oog voor lloot!
Die, heerfchende of verdrukt, in vrijheid of in kluifler,
De onwraakbre panden van zijn toeverzicht genoot I
Hoet zouden wy 'I genot van Zijn beloften fmaken,
Wy, door Genade-alleen in Abrams flam geënt,
En u 't beloofde heil gevoelloos zien verzaken;
Verworpen daar 'Ivcrfcheen, verlochend, en miskend!
W\ , zouden we, ongeroerd, ons met uw brood verzaden,
Het Vaderlijke brood van d'u gedektcn disch!
En, Hu met hongrend hart zien weigren en vcrfmadcn,
En fmachtende in gebrek, verkwijnen om 't gemis!