Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 8() —
En dan, als van 't gelloopl Heelal
Geen fpoor meer over wezen zal,
Zult Gy de zelfde blijven.
Uw Grootheid en uw Wonderkracht
Verhult geen ondoordringbre nacht;
Is door geen perk te omfchrijven.
Gy zijt —! En niets beftaat als Gy!—
En aarde en hemel gaan voorby,
Als dampen die verdwenen.
Hun zijn is als de ontleende glans
Der wolken aan den hemeltrans,
Van 't licht der zon befchenen.
Gy zijt al H geen Gy eeuwig waart.
Behoeft noch hcmelheir noch aard.
Geen duizend wareldkloten,
Geen fchepping, hoe volmaakt ze ook zij.
Voegt iets tot uw volmaaktheid by;
Ze is in U-zelv' befloten.
U-zelv' genoeg, U-zelv' gelijk,
Schoon alles buiten u bezwijk',
Schoon warelden verouden ;
Gy blijft, en 't Godlijk waarheidswoord
Zal eeuwig met U, ongeftoord,
Zijn kracht en ftand behouden.
Dat berg en heuvelkruin bezwijk',
De flrandrots van zijn wortel wijk'.
En aarde en zee verfchrikken ;
O God, uw eeuwig zoenverbond
Kust op onwankelbarer grond ,
En niets zal dit verwrikken.