Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Neen, ook zelfs dees kleene fpranken,
Dit beginfel van Geloof,
lïeb ik uw Genä te danken ;
Nimmer laat ge my ten roof.
'k Voel uw' invloed in my werken!
'k Voel bem mijn vertrouwen fterkent
Neen, geen' zondaar zijt Gij doof.
O! onlglim, ontvlam de vonken
Die Gy in mijn ziel ontftaakt!
'k Lag in 's Satans boei verzonken,
Maar Gy bebt mijn' band geflaakt.
'k Zal U hart en leven wijden ,
'k Zal in Uw vermogen ftrijden,
Tot Gy mijn Geloof volmaakt.
1804.
Jaar hel Uoogduilsch van munter vrij gevolgd.
Aan God.
bc fiergcn gebaren bJiiren/ en 45ü be aarbc
en bc luareïb boortgefiragt ïjabbct; Ja/ ban
cculuigjjcib/ tot ecnlnigljcib 5yt d^oö.
psalm xc.
O God, eer 't aardrijk was gegrond.
Eer Ge al wat eenmaal niel beflond
Uit niet beriept in 'l wezen;
Eer de aanvang was van plaats of tijd.
Waart Ge alles wat Gy heden zijt.
Oneindig, nooitvolprezen !