Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Zelfbeproeving,
tünbcrooeiit i^5cïücn/ of gy m \jtt gcïoouc
II COR. Xill.
Welk een lot flaat mij te wachten,
Als de Kechler van 't Heelal
Al mijn daden en gedachleii
Op de weegfchaal leggen zal?
Ach! ik word te licht bevonden,
AI die fchijnbre deugd tot zonden,
Waar ik onbedacht mee brail'.
Zal 't geloof my dan behouen.
Daar mijn ziel zich op verliet ?
Kan ik daar mijn rust op bouwen,
Als mijn hart zich wel doorziet?
Is hel vurig en volkomen.
En van Jezus aangenomen ?
Wederflreeft mijn hart het niet?
Is mijn Hoop geen zelfverblinding,
Die zich nimmer onderzocht'
Kust zy op eene ondervinding,
Die de Heiland in my wrocht?
Waar, waar zijn de kenbre teekenen.
Dat ik Hem my loe mag rekenen?
Dal hy my heeft vrijgekocht?
Voel ik 't hart van Lielde gloeien?
Is mijn hoogfte lusl in God?
Zelfbehagen, mijn verfoeien?
's Naasten welzijn, mijn genot?
Is mijn opperfle genoegen,
My naar 's Hoogften wil te voegen?
Zelfverzaking? kruis en fpot?