Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
'k Weet hel, Tederfte, en mijn Ujden,
Hoe het lot my moog beflryden,
Is my dierbaar aan uw zy':
Ja, geen Koning op dees wareld,
Hoe bepurperd of bepareld,
Dien ik in mijn leed benij'.
Ja, met u bemin ik 'lieven!
Aan uw liefde dank Ie geven,
U te leven en ons kroost.
Dit, dit is in 't felst der pijnen.
Dit in lijden, zwoegen, kwijnen,
lleeling, wellust, heil en troost.
God, die ons tot heden voedde,
Zoo die God u my behoede,
ü wat vraag, wat wensch ik meer!
Onderpand van zijn Genade,
Zijt gy me alles, lieve Gade,
Wat ik op deze aard begeer.
Laat ons op uw Jaargetijde,
Laat ons dan te vreên en blijde
De Almacht danken voor ons lot!
Laat ons fleeds de zelfden blijven
Tot ons de adem zal verftijven!
Laten wy de wareld drijven!
En berusten wy in God!
I8O0.