Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 68 —
Berusting.
aan mijne egadej
MtU^ bt J^tt^ gctraulu/ üic u 3aï berttcrliiMi.
II TIIESS. IJl.
Lieflte, waardfte, miniielijkfle
Geest-, verftand-, en oordeelrijkite,
Ooit doop vTOUwlijk bloed doorwoeld!
Zeg my, als uw koestrende armen
My de koude borst verwarmen,
Zeg my, wat gy dan gevoelt?
Klaagt ge dan niet foms, mijn Waarde,
Dat de hand van die ons paarde
ü in 't Echtheil heeft misdeeld ;
Daar het zuchten vroeg en fpade
Van een afgeleefde Gade
U de prille jeugd ontfteelt?
Telt ge dan niet ieder ftonde.
Die gy voor mijn krankbedfponde
In benaauwde zuchten flijt?
Kunt ge dan de kruipende uren
Van het lleepcnd leed verduren,
Die uw boezem my verwijt?
Acb! niet een van duizend Vrouwen
Die haar lot niet zou berouwen
In zoo vreugdeloos een' band!
Ach! niet eene die heur dagen
Niet mistroostig zon beklagen
In dien Weduwlijken ftand!