Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— ()3 —
Zielzucht.
X^Erluecji mij niet in öcu ti)ö üc^ aiibccbnin^; cn
bcrïaat mij niet/ tecluijï mijne Ucacljt berjaat,
PSALM LXXI.
Op u, O God, is mijn betrouwen!
Befcbaam, befcbaam bel niet voor de oogen van 't Heelal
Op wien zoude ik mijn uitzicht bouwen?
Aan wien mijn harteleed ontlouwcn ?
VV^ie leeft er die my redden zal?
O hoor Gy, hoor eens droeven fmeckcn!
Bevrijd my! — Spreek, beveel, cn alles buigt of vall !
Gebergten fiddren, fchudden, breken;
En rotfen ftorten waterbeken,
Waar hun Uw ftem in de ooren fchall!
Gy, Gy-allcen flaat onverwrikbaar,
En zijl me een vaste burcht op 't fteilfte van een rots,
Dc Orkaan boe ijslijk, hoe verfchrikbaar,
.Verbreekt zich aan heur' voet met machtloos golfgeklots.
O Heer van d'opgang van mijn dagen,
Gy weet het, waart Ge alleen mijn hoop cn toeverzicht!
Aan U-alleen was al mijn klagen
By 't nijpen van de fclfte plagen,
Aan U-alleen mijn dank gericht!
Van de aanbraak van den eerflcn morgen
Die 't kinderlijke hart tot angflig lijden riep,
£