Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Ach! met het ons van 't hapt te fcheuron,
Is 't dierbaar pandjen niet vervreemd.
Neen; was 't ons anders niet te ontrooven,
Dan met een deel van beider hart;
Het toeft naar 't ovcrfchot, hier boveri,
Waar meé het eens hereenigd werd !
Mijn Lieve! Jezus heeft geleden!
Hy leed voor onze zondenfchuld !
En 's Hemels onverganklijk Eden
Is met ons eigen bloed vervuld!
Met nieuwe rozen op de wangen
Zal daar ons vroeg verloren wicht
Ons blij in de armen ondervangen,
En voeren voor Zijn aangezicht I
Heeds ziet, reeds ftaart het uit den Hoogen
Op ons, zijn weenende Oudren, af,
En wacht, met welkomheeteiule oogen.
Op onzen overgang door 't graf.
Heeds vlamt het om in 't beter leven
Ons op den weg naar 't Vaderland
Klapwiekende in H gemoed te zweven,
Met frisfchc palmen in de hand !
Ik zie, ik zie in de open hemelen
Een rij van knaapjens Engelfchoon ,
Die met haar door de ruimte wemelen,
En danken voor des hemels Throon!
Ach! 't zijn haar broêrtjens,U zijn haar zubjens!
Hoe hangen ze aan 't aanvallig wicht!
Wat drukken ze eenen oogst van kusjens
Op H minlijklachend aangezicht!
O lieve fpruitjens uit mijn lenden,
Zoo vroeg voor de Eeuwigheid gerijpt! ....
Maar neen ik wil mijn oogen wenden: