Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iii —
Het nat, waar meé zy is betogen,
Is hemeldaaiiw nocl» regendrop ;
Maar tranen uit eens Vaders oogen;
En borrelde uit zijn' boezem op.
Mijn lippen kusten ze op beur' Hengel.
Mijn bloed bleef hangen aan den tak,
Op 't graf gewasfen van den Engel,
Dien 't noodlot ons van 't harte brak.
Aeh I de onfchuld van H onnoozel wichljen
Lacht ons in 't minlijk roosjen aan.
De blos van 't minzaam aangezichtjen
Zweeft lierüjk door beur malfche blaan.
Het windljcn ruischte door beur ftruikjen
En fpeelde met de teére blom,
Als de Almacht met het aarden kruikjen,
Waar door de ziel des Engels glom.
Maar neen; het wiegde 'tonder 'tfpelen,
Als gy op moederlijken fchoot.
Waanneer, gevoelig voor ons ftreelen,
Het wichljen ons zijn kusjens bood.
Heiaas! die kusjens zijn verloren!
Die lachjens van 't volfchoon gelaat!
En 't bloemtjcn heeft zijn tijd van gloren
Voleindigt met den dageraad!
Ach! 'k heb dat mondljen zien verbleekcn,
Die lipjens blaauwen op mijn knien !
Die hemelfche oogjens by hun breken
My d' affcheidsgroet des doods zien bièn!
Die armtjens, als ik 't wicht genaakte.
Zo teder naar my uilgeftrekt.
Als of mijn borst het zalig maakte,
Verftijfd en door den dood verrekt!
Ach! 'k heb op 't ijs der bleeke wangen