Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 58 —
Tiag dc bron der zielsgcnucblen
Aan uw' reinen boezem niet:
Ik bezweek in al mijn zueblen,
Ik verfmaebtte van verdriet.
Maar, van alle leed omgeven,
Dierbre, lijde Ik met vermaak,
En onfebatbaar is me een leven,
Waar ik uwe troost in fmaak.
Laat dan elders dorens groeien,
Nooit bereiken zy ons bed :
Waar de harten zuiver gloeien,
Zijn de rozen, die er bloeien,
Met heur prikkels niet omzet.
im.
MET REN ROOSJEN,
GEGROEID OP 'x GRAF VAN MIJN JONGST GESTORVKN DOCHTERTJEN.
Aan m ij ne Egade.
3Ë>at 011 niet üeörocfb söt/ bic geene
ijaay Dcûûen.
I TIIESS. IV.
Zie daar, mijn Lief, een Roos van fmarte!
Aanvaardze van uws Egaas hand.
Ach! fteekt haar doren u in 't harte.
Hem fcheurt zy door het ingewand.