Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— Ö3 —
Wie kon mei fciiallen op Ie hoepen,
Met eer of fteigerziek gezag.
Of waar hem 't hart naar talen mag,
Zich-zelv' een uur van zielsrust koopen?
Ach! wie de wareld mocht betrouwen.
Aan niemand, niemand, hield zy woord.
Niets heeft zy, wat in haar bekoort;
llcur fchoon is enkel in 't aanfchouwen.
Haar vrucht betoovcrc ons de zinnen;
Uitwendig bloost en lacht ze u aan,
Maar wie de tand daar in durft Haan,
Wat vindt hy? fmaakloozc asch van binnen!
Gy, eenig onbedrieglijk Wezen,
Gy, Gy-allcen belooft cn geeft!
Die U betrouwt, verwacht en heeft,
Met U is geen gebrek te vrcezcn.
Laat andren dorre ftranden ploegen,
En hijgen naar een valsch genot!
In U te kennen voor mijn' God,
Berust mijn eenig zielsgenoegen.
Laat andren Uhijn cn Weisfcl oogften,
Brooddronken, dronken, en verbrast!
Mijn fchuren houde ik volgetast.
Van 'I oog beflraald des Allerhoogftcn.
Dit fteunfel zal my niel ontvallen,
Schoon 't krijgsvuur veld en akkers blaak',
De ondankbre grond zijn' beer verzaak',
Of 't pestvuur woed' door kooi en ftallen.