Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15 —
Ach! daar legt het hoofd zich neder
In een' ftooreloozen nacht;
Kn geen ochtend wekt ons weder!
O die peuluw is zoo zacht! —
Maar het tijdflip van ontwaken,
Dat dien nacht vervangen zal,
Kn de gralknil open maken
Op het jongst hazningefchal! —
Ach! dat licht wil nimmer dagen:
'tVratig graf verleert zijn vangst.
Na de dood geen nieuwe plagen '
In de dood geen ftof tot angst!
Maar wat kan die dood verflinden?
Dit mijn ftoifelijk gewaad!
Hoe vermag hy dat te ontbinden.
Dat zich niet verdoelen laat?
Doel» liet w aar volkomen fneven!
Is uw hart daar meê voldaan?
Vraagt gy anders niet van 'lieven,
Dan geweest zijn en vergaan ?
Voelt ge dan geen andre zaden,
Die daar kiemen in uw borst?
Is hel aas te zijn der maden,
Alles waar uw hart naar dorst?
Voelt dat hart zich niet gedreven
Naar een edeler genot ?