Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
By hel fchiiimeu der pokalen,
Aan den horsl der wellust in!
Kranst het hoofd met frisfche rozen I
Gloeit uw wangen van de mosl!
Die den lijd verroekeloozen,
Welen weinig wal hy kosl.
Leert den weg met bloemen fpreien
Oj) het moeizaam levensfpoor!
Zuist in huppelende reien
Al zijn ongenoegen door!
En wanneer gy, zal van woelen,
Van de lust verftrompt en moê,
't Nijpen van den dood zult voelen.
Lach hem dan wellustig toe!
Speel dan nog den onvervaarde,
Breek uw feeslen zingend af!
Zeg: ik had mijn deel op aarde!
En zink vrolijk in het graf.
Ja, gewis, wy willen leven!
ftlorgen vraagt het graf zijn buit!
'l Is ons heden nog gegeven!
Morgen beeft de wellust uil!
Maar dal morgen, lieve Vrinden!
Blaar die flond die ons verbeidt,
Die die vreugde moet verllinden!
Maar dal graf vol gruwzaamheid.—