Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 42 —
Gewis, ook de arbeid van uw handen,
De krachten, die uw vezels fpanden,
Behoorden Hem, en Hem-alleen.
Uw geest, verftand, en zielsvermogen.
Zijn even nietig in Gods oogen,
Als al des warelds nietigheén.
Doch gy, gy hebt ze niet ten kwade.
Waar tol uws Heilands eer hefteed?
Zoo geef den dank aan Gods genade;
Van Hem alleen is H wal gy deedt.
Maar is u anders niets gebleven
Om aan uw' Goël eer te geven?
Geen hart, dat voor zijn weldaftn flaal?
Geen lijdzaamheid? geen zielsbetrouwen? —
Ach! hebt ge niets van dit behouen,
Zoo was uw offer euveldaad.
Leer, Kranke, leer u-zelv' beproeven:
Doorzoek uw hart, wanneer hel lijdt.
Als God de zijnen wil bedroeven,
Het is zijn Liefde die kastijdt.
Leer, legen alle hoop, te hopen!
Hy hoopt niet, die een veilig open,
Een weg ter redding mooglijk ziet:
Maar hy, hy hoopt, die by 't verfmachten
Geduldig op Gods gunst kan wachten ;
En zulk een hoop bedriegt zich niet!
l^c goop bic 0E5icn luorbt/ gccctic öooii,
1805. ROM. vni.
Getrokken uit een Leerreden van
den Oudvader Basilius.