Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 192 —
dat character een denkbeeld naar welgevallen, en oordeele (
veroordeele daar naar uit de hoogte! Wat Marmontel een
Romance was, was het niet by Moncrif, en wat dezen b
uillluiling Romance fcheen, was hel niet by de oude Romar
ziers of Balladezangers, maar er veeleer eene foort van Pare
die van. Laat de tlalfkunde van onzen lijd zoo zy 't goedvind
beslissen, Dichtkunst cn Natuur floren zich even weinig aa
Clasfificatien, die de willekeur van ecn bloot befchouwcr hs
rcr werken zich opwerpt, maar waarover de eene als de ar
dere grimlachende heenflapl. Wat my betreft, ik befchouw di
vak als een foort van Vertelling, die alles aanneemt wat d
Vertelling bevatten kan, doch mits de eenvoudige, min of mee
naïve ftijl dien zy vordert, het toelate. Doch ook hier in i
eene zekere ruimte, waar aan het vermetel zou zijn perkei
te willen zetten; en duizend nuances van den ftijl-zelven ziji
mogelijk, die de Romance gemeenzamer of ftatiger, zachter o
flerker, teerder of geweldiger, bedaarder of driftiger, luchtige
en losfer of fLrocver en fomberer toon, trant, en tred geven
en haar dus aan hel gewoon Verhaal of dien eigenlijken Dicht
ftijl, die, na den Lierzang, toch die van bet Heldendicht is
nader doen komen. Zelfs het eigenlijke mots, zoo de Franfchei
het noemen, hel zij als een uiterflc van eenvoudigheid, hc
zij als grond van \ Burlesque, fluit zy niet uit, zoo min al
een zeker foort van geestigheid, die aan beide paalt. — Wi
men echter aan het laalfie gedeelte der Asfenede den naar
van Romance ontzeggen; dat hel eene Vertelling ten vervolg
der Romance zij. My is hel eenerlei. Daar, waar dc foortver
deelingen zelfs in den aart der zake gegrond, en dus onom
ftootelijk zijn, hebben nog de onregelmatige tusfchcnfoorle
hare fchoonheden. — Maar die mijnen raad hooren wil, lez
de Asfenede geheel: doch wil hy ze herlezen, hy eindige m(
bet Een en Tachtigfte Couplet.