Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
190 —
zijn* waardigcn Zoon. Dit, dil is liet geen ik u voor wilde ftel-
len, en kan dit uw hart niet voldoen? Neen, geen brandend
Troje, mijn vriend! De vlam van een brandende ftad in *t ver-
fchiel, zou bet licht op mijn Hoofdperfonaadjen nadeelig zijn.
Ik heb lot de houding van *t fluk eenen duifteren achtergrond
noodig. — Te vergeefs gepraat! Mijn geleerde vriend wil het
Schildery liever bedurven, dan naar zijn begrip onvolkomen
zien. — Ik heb aan mijn voorwerp voldaan, mijn onlwcrj) is
uitgevoerd, en bier is mijn Dichlfluk uit en volkomen. Neen,
Turnus die dood is, moet ook begraven, zegt Mapha3us Vegius,
en hy voegt een Dertiende Boek by de Eneas.
Intusfehen heb ik der Gefchiedenis eene wending gegeven,
die, ja, iels overlaat om le begeeren. Waar Jozef de Hoofdper-
soon, men kon zich te vreden houden: zijne daad is, zich aan
eene ongeoorloofde Lieide te onttrekken. Maar de bejammerens-
waardige bruid van Polifar! Zeker, zoo men die zoo te vreden
kan laten drijven, zoo boezemt zij weinig belang in. De daad
is ten haren opzichle uit, zoo die in een bloote mislukte poging
beftaan zal: maar dan Dichter, blijft u nog overig deze poging
lot een einde te brengen, dal berusting geeft: bet moet niel bloot
negafief zijn, maar iels ftelligs. Zy ligt daar, dat zy zich door-
fteeke, wanhopig doorfteeke, en daar meê vergeten wy haar!
Dil ware veellicht de beste weg geweesl; ten minfie, hy waar
de gereedfte. Nog één Couplet achter het Een Tachligfle, en
dan afgedaan. De Dood is een heerlijke onlknoper; hadden wy
dien niet, waar bleef de Treurfpeldichler? w aar zoo vele an-
deren?
Vergeeft het my. Lezers, zoo ik u mijne zwakheid openhar-
tig belijde. Ik wilde niet in Jozefs plaats zijn, zoo de lieve,
teedre, en mijn hart eens zoo dierbaar gewordene Asfenede, als
ik haar in opzicht lot Jozef vertoond heb, dit uileinde nam.
Zou een van mijn Lezers het willen? En zelfs, ik verbeelde my,
dal de daad van Jozef niet behoorde voorgefleld worden, als