Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 188 —
in lict voor 't hoofd ftolen eener beminnende Vrouw, zoo wan
neer hare liefkozing-zelve geen* alfclirik inftorl, dat het hart
er met geen genoegen op fiiiftaat, maar veeleer de oogen van
afwendt; bel zij dan als van een* (e Herken liehtflraal die door
zijne helheid-zelve bet gezicht pijnlijk is, bel zij, als van een
tc rug ftootend voorwerp, waar het zich niet meé vereenigen
kan. En boezemt de liefde der Vrouw affchrik in, weg dan
met bet hatelijk voorwerp dat onvatbaar, is voor alle belang!
Jozef is cr dus by noodzaaklijk gevolg niet dan de tweede per-
loon in, cn het Hoofdvoorwerp is de Vrouw. Behoef ik meer
tc zeggen, om te bewijzen, dat zy dus voor den Dichter geen
Gade van Potifar zijn kan? Banden moeten er tusfehen baar
en den Hoveling zijn, naauw en heilig genoeg om ze tc eerbie-
digen ; maar banden, die, voor Jozef onfchendbaar, haar hart
cchter niet klemmen noch onoplosbaar zijn. Met één woord,
Bruid, Verloofde van Polifar, en Bruid uit nooddwang; door
't gezag, het volfirckl gezag, en de macht van eenen meester
gedwongen mocl zy zijn; cn alles moet baar aandrijven, om
eer de dwang verder gaal en de noodlottige cn voor baar on-
lijdbarc kluister voor eeuwig gelegd wordt, hem te vlieden.
Zie daar loc aan Jozef, dien zij teder, maar met een onnoozel
hart, en zonder hel te weten, bemint, over te geven: zie daar
wat haar misdaad moet zijn; cn dil uil den aarl der zake be-
langwekkend onderwerp, (dil eigenlijk, cn niets anders) moet
dat van de Bomance zijn die baar naam zal voeren.
VV^el ware *l, kon hel fluk zich hier by bepalen. Maar wie
zal Ie vreden zijn, zoo Jozef gevlucht is en de zaak daar by
blijft? Die hel kan, iluitc daar mee mijne Bomance: ik reik hem
de band, wie hy zij. Doch zeer weinige zullen dit. Ongelukkig
ccnc gefcbiedenis, die te bekend is! Te vergeefs zogt Lesfing,
dien ik *t niel helpen kan, zoo ik hem fomlijds aanhale Hiy is
van alle de Duilfchers de eenige, die, van Grickfche Letter-
kunde en Wijsgeerle doordrongen, by klare cn duidlijkc denk-