Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 1S7 —
Ik laat daar het Heldendichl. Komen wy tot de Romance!
Niets inderdaad kan aandoenlijker zijn dan het gantfche Ge-
fchiedverhaal van Jozef. Voltaire, gantsch niet Oosterschgezind,
en zelfs veel te weinig voor een' Dichter als hy, ware dit niet
of uit onkunde en vooroordeel ontfproten, of de nijdige ftem
van een hart geweest, dat geen fchoon wilde erkennen dan
hetgeen het bereiken kon: Voltaire, wiens fchriften vol zijn
van grcote, van wezendlijke, van belangrijke waarheden, die
hem, of het ware midden in een hagelbui van impertinences,
zijns ondanks ontvallen zijn, geeft in een zijner kleine stuk-
jens er dit getuigenis van: Lhistoire de Jozeph est un desplus
précieux monumens de V antiquité, qui font parvenus jusqu^à nous.
Elle parait être le modèle de tous les Ecrivains Orientaux. Elle
est plus attendrissante que VOdyssée: et je ne vois ches les Ara-
bes aucune avanture, comparable à celle de Jofpph. Zonder het
belachlijke van deze vergelijking met de Odysfea op te luiste-
ren, die niet minder is dan wanneer Wercier beide Ilias en
Odysfea met de vertelling van Serpentin Verd uit de Contes des
Fées in paralel fielt ; het is zeker, dal deze Gefchiedenis iets
verlederends en aantreklijks heeft zonder weerga; en de een-
voudigheid van het verhaal geeft er eene zachtheid, eene kalmte
aan, zoodanig in den geest van de ware Romance, dal zy eenig
voor dit foort van Dichlftuk gefchikt fchijnt. Dit echter moge
anderen misleiden, my heeft juist dit zelfde afgcfchrikt om ooit
eenig fluk dezer Gefchiedenis daar toe uit te kiezen. Ik kondc
er, ja, twintig Romances uit trekken, maar geene die het be-
langrijke van het zoo eenvoudig verhaal in Genclis ovcrtrelfen
zou; en alle verdichtfel zou het van natuur doen ontaarden.
Het voorval in Potifars huis alleen was Poëelisch in den zin
en betrekking waarin wy het woord hier nemen, en liet der
Verbeelding toegang. Maar in dit onderwerp kon noodwendig
geen Jozef dc Ilooldpcrfoon zijn. Onze Eeuw nicl alleen zou
hem belachen; maar er is iets zoo wreeds, zoo onmenfchelijks