Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 185 —
niet baar waarachtige, haar natuurlijke, haar bartelaal kennen;
en nog minder gevoelen zy baar. Galanterie, ja! en wat is die?
Montcsquieu zal het ons leeren : La. Galanterie qui nest point
Vamour, mais Ie delicat, mais le leger, mais Ie pcrpctael men-
Jonge de Vamour. Blaar Lieide, zoo als zy is, en het boold niel,
maar den boezem vervult, Liefde, die in haren gloed alles ver-
ilindt, en zoo ais zy (niet in eene Romance, wier aart zacht-
heid van aandoening meebrengt, maar in een rechtschapen
Heldendicht by voorbeeld) den toon zou moeten voeren, en al'
les beweegt, drijft, en in vuur zet! deze is (hemel!) by zoo wei-
nigen tlechls, maar vooral niet by die Natie le vinden, die ge-
durende nu twee eeuwen zich aan heefl gematigd. Europa dc
les in de Dichtkunst te geven. Echter Bilauhees tlaauwheid
gaat voor lederheid door, gelijk zijne uil Longuspa.s(ora/m over-
genomen lafreelt jcns voor Heldendicht matige fchilderingen t
Voor my, 'k mag hel lijden, zoo iemand zijn verflaple limonade
voor irisfchen h&rlfterkenden Oosterfchen Palmwijn drinkt; en,
liel is dil niet, wal my meest in hem fluit. Blaar zijne onnutte
cn nietige Selima! — Daar hy eene Geliefde voor zijnen Jozef
noodig had, moest by haar, wie de felfte vervoering der drift
nan hem aanbood, niet met Dichterlijke verrukking aangrijpen?
moesl hy haar niel aan 'l lol van zijn' Held verbinden? Ont-
breken hem daar loe of inzicht of krachten, en waagt hy 't,
de Dichlpen op le vatten? O welk eene eenheid, welk eene
rondheid en volkomenheid, had dit aan het Dichtftuk gegeven!
wat rijkheid van tooneelen vol fchitlcring en weelde! wat ruimte
voor harlstocht en aandoening! wal fpel voor de infpanning
der verbeeldingskrachl! Hoe had alles zich, als eene zuivere
hemelwolk w aar een Godheid in afdaalt, mei zachte, bevallige
cn natuurlijke wending, ontrold en ontwikkeld, om eindelijk
bel verlangend en in deze ontwikkeling allijd opgetoogen hart,
met een' luister van heerlijkheid le verzadigen, waar het aarde
en gevoel by verloor!