Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 184 —
hy zich best aan vasthouden kan, om hem lot een flcunpunl
te dienen, van 't welke hy zich opheft cn vlucht neemt. Ware
Dichtkunst, die het hart aan zal doen, heeft eene wijsgecrU
die de wezens niel vermenigvuldigt. Zy tracht niet, zich in
veelheid van voorwerpen uit te breiden, maar veeleer allcj
tot een tc trekken, om in eenen kring dien zy vervullen kan.
Schepper Ie zijn, cn (als op bel voorbeeld der Goddelijke Voor-
zienigheid) alles in verband cn aan één gefcbakelde famenwer-
king te brengen, on dus haar Tafreelcn volkomen te maken,
en de harten , is 'l mooglijk, cr meé te vervullen.
Is dil zoo, en fielt men Asfenede dc Dochter van dien zelf-
den Polifar; ó zoo is zy den Dichter ook de verliefde, de bran-
dend verliefde en alles aan hare liefde opoiferendc — niet Gade,
neen (bier verzet zich het hart tegen), maar beflemde, verloofde
Bruid van dien Polifar. Deze twee perfonen in ccn tc fmclten,
is iets, zoo natuurlijk, zoo ftreclend, zoo aandoenlijk cn teder,
ja, laat ik zeggen zoo weldadig, voor hel Dichterlijk harl, dal
ik in mijne eerfte kindsheid de gefcbiedenis lezende, tranen
van verlangen ftortte dat ik de uitkonst zoo bevinden mocht,
cn my allijd verwonderd heb, dat een eenig Dichter hel heeft
kunnen voorbyzien, en dal hy heeft kunnen vergeten, die
fmoorlijkc, die zoo ongelukkige, die zoo haallijke liefde tot
hel gezegend werktuig in de hand der wareldbeftiering tc ma-
ken, om tevens eene gruwlijke bloedfchande voor Ie komen,
cn *t hoogfte aller mooglijke Aardfche genoegens over *s Hemels
Gunflcling in dc armen eener hem aanbiddende Bruid uit te
ftorlen.
Verontwaardigend is de laauwheid van Bitaubé; maar waar
heefl, zoo men eenige trekken van Hacine, die zijn borsl van
hel vuur der Grieken verwarmd bad, in de Andromache en
de Fedra uitzondert, waar beeft, zeg ik, de Franscbman ooit
Liefde gekend? Wel mag men van deze Natie zeggen, wat Les-
fing cn Voltaire zei; Dat zy den Kaucelyflijl der Liefde, maar