Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 181 -
Verbeteringen.
»Zie daar een Tienden Druk van mijne Poezy,
»Van blad tot blad befchaafd en vol verbeteringen." —
'k Geloof bet; maar mijn Vriend, wat wint bet bock daar by?
't Was eerst een werk van geest, en nu van berfendwingen.
1805.
Aan zekeren Dichter onzes Tijds.
Mihi parta laus est, quod (u, guod Jimiles tut,
Ve stras in c har tas verba transfer tis mea,
»Het ftreelt my, zegt de Slaaf, Geflaakte van Tibeer,
»Dat mannen, u gelijk, mijn verzen overnemen."
My ook, mijn goede Vriend, en 'tis my beel veel eer;
Maar, ongeveinsd gezegd, ik bon niet van ontvreemen.
180-2.
Men weel, boop ik, dat bet werkwoord oorfpronklijk en ei-
genlijk ontvreemen, niel ontvreemden, is. Verheemen, dat is van
oord veranderen, is door famenlrekking vreemew, waar van bet
deelwoord verheemd, nu vreemd. Doch dit belet niet, dat dit
Deelwoord, Adjectif, geworden, nu ook wederom een nieuw
verbum, rreemrfen, en bevreemden, en ontvreemden maakt,
maar dat bet oude en ecbte niet wegneemt.
Aan mijn* Broeder, in zijne Vriendenrol.
■ Wat wenscbt gy, op dit blad ten affcbeid meé te dragen?

Een afdruk van mijn bart? een teeken van mijn hand?