Boekgegevens
Titel: Nieuwe mengelingen
Serie: Klassiek letterkundig panthéon, 64-67
Auteur: Bilderdijk, Willem
Uitgave: Schiedam: H.A.M. Roelants, ca. 1861 *
[Heruitg.]
Opmerking: Bevat de dl. 1-2 van Nieuwe mengelingen, 1859
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 08-202
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200256
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nieuwe mengelingen
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 177 -
En zijner, en mijn plicht niet t'eenenmaal onwaard.
Wat heil! een waardig lied voor 't Vaderland te fpelen!
Voor Nageflachlï voor Deugd! voor Menschlijkheid en Eer!
O! mocht ik 't blakend hart met zulk een denkbeeld ftreelen.
Mijn noodlot waar volmaakt en 'k had geen wenschen meer!
1781.
Beginsels.
Principiis ohJXa.
ovidius,
Gramfchap is een fchrikbre ontvlamming die onbluschbaar om
(zich woedt:
Droefheid is eene overftelpende en niet aftekeeren vloed:
Nijd, een alverfi ikkend onkruid, dat en vreugd en deugd vcrfmoort:
En begeerlijkheid, een bartworm, die het ingewand doorboort.
Maar dal vuur is uit een vonkjen tot zoo fel een' brand ontgloeid:
Maar die ftroom uit kleine druppen tol die zeekolk faamgevlocid:
Maar dat ondier is geboren uit het ftof der ledigheid:
En dat onkruid, van een zaadtjen over d'akker uitgebreid.
Sterfling! bluschdit eerfte vonkjen eer hel tot een vuurgloedwordt:
Droog dees eerflen druppel water, eer hy u op H harte ftort:
Zij het eerfte kleine zaadtjen, eer het wortel!, uitgerooid:
Zuiver 't harl van ieder ftofjcn, door de ledigheid geftrooid:
En die onbetembre driften, die geen macht kan wederftaan,
In haaroorfprong rcedsvernietigd,doen uw' boezem nimmer aan,
1805.
w. bilderdtk« xx. 12